Vakantiedingen

Kleur bekennen: Geel

Afhankelijk wil ik het niet noemen, maar zonder zou ik mij niet kunnen uitdrukken: Kleur.

“Het is slechts schijn dat iets een kleur heeft, in werkelijkheid bestaan er alleen maar atomen en de ruimte.”
(Democritus, 460 – 370 v.C.)

Het zijn de dingen om ons heen die het idee van kleur bestaansrecht geven. Kleur is een eigenschap van licht die wordt bepaald door haar verschillende golflengtes. Door weerkaatsing, in meer of mindere mate, van deze golflengtes ontstaat een oneindig spectrum waaraan ik telkens weer nieuwe voorkeuren en inspiratie ontleen. Ik voel me niet gedwongen om te kiezen. Onze taal doet dit min of meer wel; we lijken enkel die kleuren te onderscheiden die een naam hebben gekregen. Zou men in andere talen andere kleuren kennen?

Morgen kan ik zomaar op een andere golflengte zitten maar vandaag ligt mijn voorkeur tussen de 565 en 590 nanometer; Het zou de zomer kunnen zijn, die mij naar het geel stuurt. Wellicht ben ik, net als bijen, slachtoffer van het evolutionaire voordeel van aantrekkelijk gele bloemen. In combinatie met zwart schijnt de natuur het geel echter een andere rol toe te bedelen: Wespen en gifslangen (en wat minder natuurlijk ook NAC, o.a.) maken een gevaarlijke indruk op ons.

Voor nu zie ik weinig gevaar in het maken van een keuze: Geel it is, tot ik me er ook groen aan erger.

Vakantiehuis

Ieder huis vertelt iets over zijn bewoners. In hoekjes, zitjes en kasten bewaren we, bewust of onbewust, onze gewoonten en herinneringen.
Eens in de zoveel tijd mag ik bij iemand binnen kijken om zo’n plekje vast te leggen.

In een bijzonder mooie omgeving bezocht ik een bijzonder huis; één met oneindig veel bewoners.

Pindakaas: not so guilty pleasure

Goed en lekker eten. Dat bezorgt me zo’n pleasure, dat ik me er niet guilty om kan voelen. Wanneer iets zich met evenredige, of zelfs toenemende frequentie op mijn boodschappelijstje begeeft, verdient het een klein lofdicht.

Nee. Tot mijn grote spijt word ik niet gesponsord door Calvé. Ik houd gewoon zoveel van pindakaas, dat het een kleine ode waard is. Begrijp me niet verkeerd, ik verkies het niet zomaar boven de chocopasta of de hagelslag. Pindakaas is voor mij een noodzaak. Het zal in de genen zitten, mijn vader schijnt in zijn jeugd letterlijk niets anders gegeten te hebben. Ook ik ben er groot mee geworden en zou niet zonder kunnen. Waarom? het is vet en zoet. Wat wil een mens nog meer?

Ik sta niet alleen in deze onvoorwaardelijke liefde. Het smeuïge goedje wordt tot op bodem toegepast in allerlei gerechten. Ik eet pindakaas ‘gewoon’ op een cracker of boterham. Misschien met een klein beetje boter, maar meer poespas hoeft er van mij niet bij. Voor de klassieker ‘Peanutbutter and Jelly Sandwich’ combineren Amerikanen Pindakaas met jam. Wil je helemaal los; eet hem dan zoals Elvis zijn broodje het liefst scheen te verrijken; met bacon en banaan.

Er zijn tal van soorten pindakaas in de winkelschappen te vinden; van heel lekker tot heel gezond. De meeste soorten bevatten overigens gewoon zout en suiker om aan de smaak van de gemiddelde consument tegemoet te komen. Mijn voorkeur gaat uit naar de variant in deze tekening; De klassieker met upgrade, de stukjes pinda maken het verschil.”For my darling’, I love you And I always will”

Wanderlust

Een autokenner ben ik niet. Dat de kennis over pk’s, cilinders, geluid en prijs in mijn geval in alle mate ontbreekt staat als een paal boven water. De belangstelling daarentegen is er wel degelijk. 

De auto is misschien wel het ultieme voorbeeld van design; vorm en functie komen ultiem samen, zijn onderhevig aan elkaar en maken grote veranderingen door in de tijd. Een auto zegt iets over ons als persoon; Men heeft herinneringen aan bepaalde merken of modellen en koppelt ze aan een levensstijl. 

 
Ik snap het wel, de behoefte om tijdelijk afstand te doen van alles wat je hebt en kent. Met enkel dat wat in een rugzak past je vertrouwde omgeving achter je laten. Op zoek naar nieuwe dingen.
 
Je zou het vakantie kunnen noemen. Maar ook een levensstijl; de wereld willen ontdekken, je leven dermate inrichten dat je kan gaan waar je wilt, wanneer je dat wilt. Niet persé mijn levensstijl overigens. De romantiek ervan staat me aan. Eindeloze mogelijkheden, nieuwe verhalen.
 
Ik eet graag een Indiase curry, durf nog net op het vliegtuig te stappen voor een vakantie in Griekenland. Maar verder uit mijn confortzone treden dan dat wordt me te spannend. Ik gedij het best onder een warm dekentje, tekenend of met mijn neus in een spannend boek (of allebei tegelijk). Dat was altijd al zo. Waar mijn 6 jaar jongere zusje vroeger op de camping om 07:00 u ’s ochtends klaar stond om naar de Franse bakker te gaan, durfde ik in mijn eentje bij het zwembad niet verder dan twee meter van de handdoek; dan maar geen ijsje. 
 

Het is niet dat ik niet benieuwd ben naar de rest van de wereld. Ik verander op zijn tijd graag van richting. Maar net de weg die ik wil nemen is vaak bezaaid met beren. Zo’n camperbus biedt mogelijkheden. In zo’n rijdend warm nestje, een mobiel huisje-boompje-beestje, durf ik de ontdekkingsreis wel aan. Rijd mij maar naar een klif met wijds uitzicht of een donker bos duizenden kilometers hier vandaan: dan droom ik daar lekker weg, tekenend en lezend in mijn bus, onder een warm dekentje.

Eigen stekje

De plant is onze grootste vriend. We zijn ons, meer dan ooit en veel te laat, ernstig bewust van het verdwijnen van onze natuur. Ons vastklampend aan het laatste stukje groen omringen we ons met zoveel mogelijk plant. Om een goede kop koffie te kunnen bemachtigen dien je je eerst een weg te banen door een gordijn van hangplanten. Social media kleurt massaal groen. Duurzaam als we zijn ruilen we, zoals onze ouders dat ook deden in de jaren 70, stekjes met onze buren. Is de plant terug van weggeweest? 

Al sinds ontdekkingsreizigers in de 17e eeuw ons exotische planten en bloembollen brengen, is de plant niet meer enkel in tuinen maar ook binnenshuis te vinden. Na de Tweede Wereldoorlog neemt de teelt van potplanten enorm toe. Vanaf dat moment is in de Nederlands huiskamer de kamerplant niet meer weg te denken. Vanaf de jaren 60 zijn nieuwe, specifieke plantensoorten zelfs in de mode. Zo deed o.a. de, óók nu zo populaire, sanseveria (vrouwentong) het erg goed.

De Reumalant of Plectranthus fruticosus is een soort uit de lipbloemenfamilie (Lamiaceae). Een aantal soorten in deze familie bevat aromatische oliën in de bladeren. De familie omvat veelgebruikte keukenkruiden als tijm, munt, basilicum, echte marjolein, wilde marjolein, salie en rozemarijn. Sommige soorten zijn struiken; De reumaplant valt onder de laatstgenoemde.

Deze knappert staat te stralen in de serre van mijn buurvrouw. In haar oranjerie, waarover ik eerder al eens schreef, kweekt zij er meerdere stekjes van. Volledig trendgetrouw ontving ik van haar zo’n stekje. Sinds dien houdt ook in mijn huis de heerlijk geurende reumaplant pijnklachten buiten de deur.

Mama’s auto

Een autokenner ben ik niet. Wanneer ik, tijdens een wandeling door de stad,  door mijn vriend gewaarschuwd wordt met een (blijkbaar overduidelijk alarmerend) „Lambo, Lambo!” mis ik alle seinen en kijk ik nét de andere kant op omdat ik een geanimeerd gesprek voer met de hond.

Dat de kennis over pk’s, cilinders, geluid en prijs in mijn geval in alle mate ontbreekt staat als een paal boven water. De belangstelling daarentegen is er wel degelijk. 

De auto is een cultuurverschijnsel en staat symbool voor meerdere fundamentele waarden. Het zegt iets over ons als persoon; Men heeft herinneringen aan bepaalde merken of modellen en koppelt ze aan een levensstijl. In verhalen en tradities maar ook in muziek en games speelt de auto herhaaldelijk een aanzienlijke rol. Vorm en functie komen ultiem samen, zijn onderhevig aan elkaar en maken grote veranderingen door in de tijd.

Wat is bepalend voor deze veranderingen? Wat leer ik over iemand, een plek of een periode via een specifiek merk of type auto?

 

Lang niet altijd, maar wel steeds vaker, merk ik waarom ik bepaalde voorkeuren heb of keuzes maak. Niet verassend: Mijn (overigens bijzonder fijne) jeugd en opvoeding zijn van grote invloed. Gewenst of ongewenst, bewust of onbewust: ik neem steeds vaker een voorbeeld aan mijn ouders.

Zo is er één foto van mijn moeder waarop zij poseert bij haar groene Renault R4. Niets in het beeld beweert iets anders; De foto is gemaakt in de jaren 80. Het was haar eerste eigen auto, geheel passend bij de tijd, gekocht van haar eigen salaris.

Als de gemiddelde snelheid op de autobaan van toen nog steeds aan de orde zou zijn, was de keuze voor mij héél gemakkelijk: Dan kocht ik morgen nog, geheel gewenst én bewust tredend in de feministische voetsporen van mijn moeder, een groene Renault R4.

Orangerie

Ieder huis vertelt iets over zijn bewoners. In hoekjes, zitjes en kasten bewaren we, bewust of onbewust, onze gewoonten en herinneringen.
Eens in de zoveel tijd mag ik bij iemand binnen kijken om zo’n plekje vast te leggen.

Toen mijn buurvrouw trouwde met de liefde van haar leven kochten ze samen hun huis. Nu hij er, tot haar allergrootste verdriet, niet meer is lijkt het huis nóg groter. Ondanks deze leegte brengt het huis haar het meest vertrouwde gevoel dat ze kent. Haar plezier vindt ze in het ronddwalen door de indrukwekkend grote, wilde tuin.

Deze plek in haar huis noemt zij haar ‘orangerie-tje’. De bijzondere ruimte bevindt zich in het souterrain van de stadsvilla en is, naast de centrale trap, ook via de laagste veranda (ja, er zijn er meerdere) in de tuin te bereiken. Door de ligging hoor je niets van de geluiden uit de stad.

Omdat de tuin gevuld is met oude, grote bomen valt er een groen licht door de grote ramen naar binnen. Begrijpelijk dus ,dat zij zich hier graag terug trekt om even met niets anders bezig te zijn dan haar zo geliefde planten.

Ken je klassiekers

Het kan geen kwaad om zo nu en dan eens wat langer naar iets te kijken.
Je ziet nieuwe dingen, hebt bepaalde associaties of vraagt je van alles af. Door te tekenen probeer ik wat meer te leren van de dingen om me heen.

Deze evergreen staat al jaren op mijn verlanglijstje.

De Chesterfield stamt uit de achttiende eeuw en werd toen al bestempeld als statussymbool. Later werd de meubelstijl geassocieerd met sigaren rokende en brandy drinkende rijke lui. Of Hip hop legende Biggie Smalls op zijn debuutalbum over precies déze ‘money-green leather sofa’ rapte, durf ik niet te zeggen. Maar uit de tekst van het nummer Juicy blijkt dat het bezitten van zo’n meubel ook voor Christopher Wallace een blijk van voorspoed was.

Ik kan niet ontkennen dat dit grote bakbeest op diezelfde manier ook op mij indruk maakt. Maar nog meer zie ik, wanneer ik naar deze statige zetel kijk, het weekend; alle tijd waarin ik diep weg zak terwijl ik luister naar klassieke albums van overleden grootheden.

 

Tijger

Dat wat ik zie, beelden, bepalen voor een groot deel mijn gevoel, denken en doen. Andersom geldt voor mij hetzelfde: waar anderen zich uiten middels geluid, smaak of beweging leg ik ideeën, fascinaties, vraagstukken vast in tekeningen.

Wetenschappelijk gezien behoren wij mensen tot het dierenrijk. Uit gedragsonderzoek blijkt dat bepaalde diersoorten gecompliceerd gedrag vertonen en met elkaar communiceren. Bij enkele diersoorten worden zelfs beginselen van abstract denken gezien. De verschillen in uiterlijke kenmerken zijn binnen het dierenrijk echter bijzonder groot.

Deze wonderen uit de natuur kunnen mij werkelijk betoveren. Ze verschijnen angstaanjagend en vertederend tegelijk. Terecht of onterecht vind je herkenning in blikken en bewegingen. Dieren maken een indruk op mij, die mij blijft fascineren.

In de bekende verhalenreeks The Jungle Book belichaamt Shere Khan (wat Heer tijger betekent) de rol van de vijand. Ook in andere verhalen vind je de tijger eerder aan de kant van het gevaar. Het majestueuze beest wordt niet voor niets ‘koning van de jungle’ genoemd.

Toch heeft dit immens gevaarlijk dier iets weg van een gigantisch knuffelbeest, een uit de kluiten gewassen huisdiertje. In de tijger die ik hier tekende herken ik dan ook een blik die ik op momenten terug zie in onze eigen hond of kat; intens tevreden, in het geval van deze tijger genietend van de regen. Als ik de kans had zou ik meteen ruilen; zo’n zorgeloos leven wil toch iedereen?