Pindakaas: not so guilty pleasure

Goed en lekker eten. Dat bezorgt me zo’n pleasure, dat ik me er niet guilty om kan voelen. Wanneer iets zich met evenredige, of zelfs toenemende frequentie op mijn boodschappelijstje begeeft, verdient het een klein lofdicht.

Nee. Tot mijn grote spijt word ik niet gesponsord door Calvé. Ik houd gewoon zoveel van pindakaas, dat het een kleine ode waard is. Begrijp me niet verkeerd, ik verkies het niet zomaar boven de chocopasta of de hagelslag. Pindakaas is voor mij een noodzaak. Het zal in de genen zitten, mijn vader schijnt in zijn jeugd letterlijk niets anders gegeten te hebben. Ook ik ben er groot mee geworden en zou niet zonder kunnen. Waarom? het is vet en zoet. Wat wil een mens nog meer?

Ik sta niet alleen in deze onvoorwaardelijke liefde. Het smeuïge goedje wordt tot op bodem toegepast in allerlei gerechten. Ik eet pindakaas ‘gewoon’ op een cracker of boterham. Misschien met een klein beetje boter, maar meer poespas hoeft er van mij niet bij. Voor de klassieker ‘Peanutbutter and Jelly Sandwich’ combineren Amerikanen Pindakaas met jam. Wil je helemaal los; eet hem dan zoals Elvis zijn broodje het liefst scheen te verrijken; met bacon en banaan.

Er zijn tal van soorten pindakaas in de winkelschappen te vinden; van heel lekker tot heel gezond. De meeste soorten bevatten overigens gewoon zout en suiker om aan de smaak van de gemiddelde consument tegemoet te komen. Mijn voorkeur gaat uit naar de variant in deze tekening; De klassieker met upgrade, de stukjes pinda maken het verschil.”For my darling’, I love you And I always will”